Wat als je ineens... geld nodig hebt
Geacht netwerk,
Dit is niet de post die ik ooit had willen schrijven,
maar goed… Nood breekt wet.
De afgelopen 10 maanden heb ik meer dan 80
sollicitaties verstuurd. Ik heb gesprekken gehad,
tweede rondes gehaald, assessments gedaan.
En toch kreeg ik steeds weer hetzelfde bericht:
'We hebben gekozen voor een andere kandidaat.'
Ik ben dus op zoek naar werk. Hard op zoek!
Ben of ken jij de organisatie die behoefte heeft
aan een gedreven, target-minded, growth-oriented
professional met een bewezen track record
in solution-based SaaS evangelism, laat het me
alsjeblieft weten.
Ik weet wat ik waard ben en geef alles voor jouw bedrijf.
#opzoeknaarwerk #saas #growth #openforopportunities
De post stond al 2 dagen op LinkedIn. Arjens publieke vernedering. Al twee dagen greep hij bij elk trilgeluidje hoopvol naar zijn telefoon, maar het was steeds weer een melding van marktplaats, niet van LinkedIn. Iemand die naar zijn Bang & Olufsen design speaker wilde kijken. Een monument uit zijn vorige leven, dat hij nog geen jaar geleden voor 4500 euro had gekocht, toen hij zich ervan had laten overtuigen dat ‘goed geluid belangrijk is voor de ziel’. Zijn ziel zou het nu zonder moeten doen, hij kreeg het ding uiteindelijk voor duizend euro verkocht. Een derde van zijn hypotheeklasten van de maand.
Een aantal vrienden hadden gereageerd op Arjens LinkedIn post, maar de meesten alleen met het icoontje van het handje met het hartje. ‘Steun’, heet dat icoon.
Arjen gooide zijn mobiel weg en plofte neer op de bank die hij slechts enkele minuten daarvoor had verlaten. Hij rook zichzelf, nooit een goed teken. Op de ovaal marmeren koffietafel lag de brief van zijn hypotheekverstrekker, de formele ingebrekestelling. Een schuld van bijna 18.000 euro. Het was betalen of vertrekken.
Daarnaast lag de uitnodiging van Teun en Kiki. Met een gezellig borreltje zouden ze hun huwelijksjubileum vieren, zo stond op de kaart met goud gedrukte letters op dik papier. Hij zou moeten gaan, hij moest Teun spreken.
Met geveinsde kracht kwam Arjen van de bank en liep naar de douche. Haren werden gewassen, baard gestijld, zijn beste jasje kwam uit de kast, de nepglimlach werd opgezet. Gespannen verliet hij zijn centraal gelegen stadsappartement om naar Teun's villa in de buitenwijken te gaan.
Het was warm in Teun's prachtige woonkamer. Vol met prachtige mensen, die Arjen vrijwel allemaal kende. Hij pakte een biertje en sloot zich aan bij een gesprek. Een gesprek over vakanties (Nathalie was naar Bali geweest om even te resetten), over verbouwingen (Bart had eindelijk de vergunning voor zijn nieuwe serre), over de startup van Nathan (die echt heel goed draaide). Gelukkig had iedereen de tact om Arjen niet te vragen hoe het met hem was. Veel te gênant. Hij werd netjes genegeerd. Niet buitengesloten, maar ook niet betrokken bij het gesprek.
Teun stond bij het raam, geanimeerd in gesprek. Arjen kende hem al sinds hun studie en werd direct kalmer bij de aanblik van zijn grote vriend met de grote krullen en de grote handgebaren. Dispuutgenoten waren ze geweest, beste vrienden. Ze hadden samen in colleges gezeten, nachten doorgehaald, eerste banen gevierd. Arjen was getuige geweest op Teuns huwelijk. Als er iemand was aan wie hij dit kon vragen, dan was Arjen het. Hij wachtte het moment af waarop Teun even alleen stond.
‘Heb je even?’
Teun keek op, moest zichtbaar schakelen, en knikte. ‘Ja, tuurlijk.’ Ze liepen een stukje de gang in, waar het geluid doffer werd.
Even zei geen van beiden iets.
‘Het gaat niet zo goed,’ begon Arjen. Hij keek naar de grond, wreef met zijn duim over de rand van zijn telefoon. ‘Ik… zit een beetje klem.’
Teun knikte langzaam, zonder hem echt aan te kijken. ‘Ja.’
Er viel een korte stilte.
‘Ik dacht—’ Arjen haalde adem. ‘Misschien kun jij me helpen. Tijdelijk. Gewoon één maand.’
Teun keek hem nu wel aan. Zijn wenkbrauwen trokken iets samen.
‘Waarmee?’
Arjen slikte. ‘De hypotheek. Ik kom deze maand niet uit.’
Het bleef een paar tellen stil. Vanuit de woonkamer klonk gelach.
‘Oké…’ zei Teun uiteindelijk. Hij verplaatste zijn gewicht van de ene voet op de andere. ‘En je ouders dan?’
Arjen schudde zijn hoofd. ‘Nee.’
‘Nee omdat…?’
‘Omdat ik dat niet wil,’ zei Arjen. Iets te snel.
Teun blies lucht uit door zijn neus, keek langs hem heen de woonkamer in, alsof daar het antwoord lag.
‘Je zet me hier wel een beetje mee klem, hè,’ zei hij.
‘Dat is niet mijn bedoeling.’
‘Nee, dat snap ik. Maar…’ Hij maakte de zin niet af. Zijn hand ging even door zijn haar. ‘Waarom nu? Waarom hier?’
Arjen haalde zijn schouders op. ‘Wanneer dan wel?’
Weer die stilte.
‘Het is gewoon…’ Teun zocht naar woorden. ‘Het is niet alsof het voor mij niks is,’ ging Teun verder. ‘Ook niet voor ons. We hebben ook lasten, kinderen, we gaan weer skiën dit jaar…’ Hij bleef hangen.
‘Het is één maand,’ zei Arjen.
Teun keek hem aan, dit keer langer. Iets in zijn blik verschoof. Twijfel, of irritatie, moeilijk te zeggen.
‘Ik vind dit echt lastig, Arjen,’ zei hij uiteindelijk. ‘Echt.’
Arjen wachtte.
‘Maar ik ga dit niet doen.’
Het kwam er rustiger uit dan Arjen had verwacht.
Hij knikte. ‘Oké.’
Teun legde kort zijn hand op zijn arm. ‘Het komt wel goed, joh.’
Vanuit de woonkamer werd zijn naam geroepen. Hij keek op, opgelucht bijna.
‘Ik moet even—’ zei hij, al half wegdraaiend.
Arjen knikte nog een keer. ‘Ja.’
Teun liep terug de kamer in, werd meteen weer opgenomen in het geluid.
Arjen bleef nog even in de gang staan. Hij hoorde het gerinkel van glazen, het gelach. Iemand vertelde blijkbaar een goed verhaal. Hij liep terug de kamer in, maar het lukte hem niet meer om ergens aan te haken. Mensen draaiden zich naar elkaar toe als hij bij ze kwam staan. Zonder iemand gedag te zeggen pakte hij zijn jas en glipte ongezien de deur uit.
Buiten was het stil.
De filosofie achter het verhaal
Had Teun het geld aan Arjen moeten lenen? Of, om het iets zwaarder aan te zetten, heeft Teun een morele verplichting om Arjen van de armoede te redden? Waarschijnlijk zou je nee zeggen. Net als Teun heb jij hard gewerkt voor je geld. Je hebt het eerlijk verdiend. Het is jouw geld, jij hebt er recht op, en je hoeft aan niemand te verantwoorden waar je het aan uitgeeft. Bovendien heb jij, net als Teun, geleerd dat je je vrienden nooit geld moet lenen, daar komt gedoe van.
De filosoof Peter Singer (1946) kijkt hier anders naar. Hij stelt dat wie rijk genoeg is, een morele plicht heeft om anderen te helpen als dat kan zonder zelf wezenlijk iets te verliezen. Zijn gedachtegang is eenvoudig: als je iets slechts kan voorkomen zonder iets van vergelijkbare waarde op te offeren, moet je dat doen. In Arjens geval betekent dit dat iemand als Teun, met een ruim inkomen en stabiele situatie één maand hypotheek kan wegwegen zonder dat zijn eigen leven of gezin er wezenlijk onder zou lijden. En dus had hij het moeten doen.
Robert Nozick (1938 – 2002) is het daar grondig mee oneens, waarschijnlijk nog grondiger dan jij. Volgens Nozick is het gedwongen afstaan van rechtmatig verkregen bezit het grootst mogelijke onrecht. Voor Nozick is het morele probleem niet dat Arjen weinig heeft, maar dat iemand zou kunnen vinden dat Teun, die veel heeft, zou moeten delen. Rijkdom verdelen is volgens hem een grotere inbreuk op rechtvaardigheid dan het laten bestaan van ongelijkheid. Vanuit dit perspectief bezien heeft Teun niet alleen moreel juist gehandeld door zijn recht op zijn eigen middelen te beschermen, maar zou zelfs voorkomen moeten worden dat een deel van Teuns geld, via belastingen en uitkeringen, bij Arjen terecht zou komen.
Achter deze gedachte schuilt in zekere zin ook het meritocratisch ideaal: iedereen kan succesvol zijn, als je er maar hard genoeg voor werkt. Je afkomst bepaalt je toekomst niet, dat doe je zelf. Je omstandigheden bepalen je toekomst niet, dat doe je zelf. Onsuccesvol zijn is dus een persoonlijk falen. Is dat waar? Nee, natuurlijk niet. Daar hebben we de ogen gelukkig inmiddels voor geopend. Waar je bent geboren, met welke huidskleur, in welk gezin, maakt een gigantisch verschil in de kansen die je hebt.
Maar, hoe zit het met Arjen? Zijn afkomst zit hem niet in de weg. Zijn ouders zijn welvarend en, vermoedelijk, met hem begaan. Heeft Arjen het dan wél zelf gedaan? Heeft hij niet hard genoeg en niet goed genoeg gewerkt is zijn oude baan en is hij er dus, waarschijnlijk terecht, uitgezet? Hij is in elk geval niet goed omgegaan met het vele geld dat hij toen verdiende, dat is toch zeker zijn eigen schuld? En daarbij, voor Arjen staat niet echt iets op het spel. Absolute armoede - het soort waar je aan dood gaat - is geen realistisch scenario voor hem. Daarvoor is zijn vangnet, ons aller vangnet, te stevig, juist vanwege die uitkeringen waar Nozick zo op tegen is. Wat hem te wachten staat is relatieve armoede, namelijk arm zijn in vergelijking met zijn omgeving, en in vergelijking met zijn oude zelf.
Het leven van Arjen staat dus niet op het spel, maar zijn waardigheid wel. Hij moet afscheid nemen van de luxe waaraan hij gewend was en verliest daarmee erkenning van zijn omgeving. Volgens Axel Honneth (1949) is waardigheid nauw verbonden met die erkenning; mensen ontwikkelen een stabiel zelfbeeld via liefde, rechten en maatschappelijke waardering. Voor Arjen is het geen kwestie van leven of dood, maar wel het verlies van zijn waardigheid en plaats in de wereld.
Pijnlijke verliezen, dat zeker, maar is het voldoende om te stellen dat Teun een morele plicht heeft om Arjen geld te lenen? Ik denk het niet... Heeft Teun dus moreel juist gehandeld door het niet te doen?